Rechtszaak tegen bouw Klieverink

Op woensdag 3 september dient er in Amsterdam een rechtszaak tegen het verlenen van een omgevingsvergunning voor de bouw van jongerenhuisvesting Klieverink. De zaak is aangespannen door Bewonersvereniging KoKoKo Laag Kouwenoord en Buurtambassadeurs Laag Kouwenoord. Zij willen dat de bouw opgeschort wordt. Inmiddels is het terrein bouwrijp gemaakt en is er al geheid.

Uit de mail die aan de bewoners van Laag Kouwenoord is gestuurd: ‘Na tweemaal overleg met het Stadsdeel en investeerder zijn onze zorg niet minder om geworden. De argumenten die het Stadsdeel naar voren schoof vonden wij onvoldoende beargumenteerd. Wij voelden ons als gesprekspartners niet serieus genomen.

Het stadsdeel was van plan om per 1 juni jl. met de bouw te gaan starten. Om de bouw tegen te gaan alvorens er inhoudelijk meer duidelijkheid te vergaren hebben we een jurist bij de hand genomen en zijn we naar de rechter gestapt. Tegen de omgevingsvergunning is beroep ingediend omdat wij van mening zijn dat het verlenen van een omgevingsvergunning zonder voldragen onderzoek naar de gevolgen van het plan voor bewoners van het gebied en zonder een voldoende belangenafweging tussen nieuwe gewenste ontwikkelingen en de belangen van bewoners van Laag-Kouwenoord niet rechtvaardig is.

Onderstaand de argumenten: 1. De vergunning is verleend aan  een aannemer, die het project zal opleveren aan de opdrachtgever. Op welke wijze wenst de vergunningverlener nakoming van de vergunning te waarborgen? De vergunning wordt verleend voor het gebruik van de te bouwen gebouwen in afwijking van het bestemmingsplan. Het is niet de aannemer die het gebouw zal gaan laten gebruiken. De vergunning is om die reden aan de verkeerde persoon verleend.
2. Als de jongerenwoningen na oplevering doorverkocht worden, op welke wijze kan/kunnen de particuliere eigenaar/eigenaren aangesproken worden door het bestuur?
3. Zoals ook in de zienswijze is aangevoerd is het niet zeker of de benaming “jongerenhuisvesting” juist is: in de omgevingsvergunning wordt nergens als voorwaarde gesteld dat de woningen, die gerealiseerd kunnen worden met de vergunning, uitsluitend bedoeld zijn voor jongeren. Nu dat niet zeker gesteld is, is ook de ruimtelijk onderbouwing onvoldoende gemotiveerd en is de zienswijze onvoldoende beantwoord.

4. ln de ruimtelijke on (???, red.) wordt gesteld dat er een grote behoefte bestaat aan jongerenhuisvesting. Deze stelling wordt onvoldoende onderbouwd en is naar de mening van cliënt onjuist. Er wordt uitgegaan van een bevolkingsgroei en een groeiende behoefte aan jongerenhuisvesting. Zuidoost vormt echter een uitzondering op de rest van Amsterdam. De prognose van bevolkingsgroei is gebaseerd op met name de gebied binnen de ring, in Zuidoost staan vele woningen leeg. 5. lndien deze woningen niet afleen verhuurd gaan worden aan jongeren, als geeneens zeker is dat de woningen verhuurd gaan worden omdat er meer dan genoeg leegstaande huurwoningen zijn in Zuidoost, op welke wijze kan dan het beheer van dit complex bekostigd worden? Leegstand zal leiden tot verloedering en om die reden zal het woon- en leefklimaat van mijn cliënt ernstig aangetast worden. De Spinoza-campus en ook andere studentenwoningen-complexen hebben te maken met diefstal en geweld.

Op 31 juli 2015 is onze beroepschrift ontvangen door de rechtbank. Wij worden nog bericht over de verdere procedure.’